Boerderij

De historische boerderij bevindt zich in het stadspark van Vreden, direct aan de oever van de Berkel. De boerderij bestaat uit elf gebouwen, die uit verschillende plaatsen in het district Borken hier naartoe werden gebracht. Als groep geven ze een inkijkje in de historische bouw-, levens- en arbeidswijze van middelgrote boerderijen in Westmünsterland.
De groep staat tegenwoordig onder monumentenzorg en wordt niet meer uitgebreid.

 

 


Klik op een pijl en ervaar meer over de elf gebouwen van de boerderij……

Woonhuis

Boerderij Früchting uit Vreden-Ellewick

Het hoofdgebouw werd in 1712 als een tweebeukig bouwwerk met rieten dak gebouwd. Mensen en dieren leefden hier in één ruimte met een open vuurplaats. Bij de verbreding van het gebouw in 1804 moest het vakwerk plaats maken voor massief metselwerk van gebakken stenen. Pas in 1841 werden de delen wonen en werken – mens en dier – door een tussenwand gescheiden. De open haard en de vloer uit zgn. „Esterkes“  werden in de keuken aangebracht. Daarbij kreeg de zondagse kamer een verwarming door middel van een kachel.

Opslagruimte

Boerderij Ewers-Hüsing uit Ahaus-Ammeln

Aanleiding voor de bouw van deze twee verdiepingen tellende opslagruimte was een huwelijk. De inscriptie boven de toegangsdeur luidt: ANNO 1783 DEN 29 OCTOBER IOHANN HERMAN HÜSING ANNA CATHARINA ISING. Het gebouw diende als opslag voor gedorst koren en veldvruchten zoals aardappelen, gedroogde erwten, bonen, kruiden en zaaigoed. In het „spieker“ werd ook het oogstbier gebrouwen, er werd gewassen en vaak ook nog gebakken. Vaak was er ook nog de werkplaats van de boerderij, de „timmerkamer“.

Bergplaats voor voertuigen

Pachtboerderij Verwohlt-Buskort uit Vreden-Ellewick

Het bijgebouw bestond oorspronkelijk uit zeven gebinten, waarvan er wegens plaatsgebrek slechts vier weer neergezet korden worden. De remise of wagenschuur stamt uit begin 20ᵉ eeuw. Het hout is bewerkt met een cirkelzaag en het geraamte is met schroeven in elkaar gezet. De rode dakpannen zijn machinaal vervaardigd. Zulke bergplaatsen werden in zeer verschillende formaten gebouwd en zijn tegenwoordig nog steeds te vinden op bijna elk landgoed in Westmünsterland. Ze dienen voor het parkeren van voertuigen en werktuigen, voor tussenopslag van oogstgoed en als overdekte werkplaats.

Früchtings Schuur

Boerderij Früchting uit Vreden-Ellewick.

Dit gebouw hoort origineel bij het woonhuis van Früchting, dat het centrum vormt van het gebouwencomplex in het stadspark. Het werd in 1752 als schapenstal door Zeller Früchting op zijn boerderij in Vreden-Ellewick gebouwd, diende daar later als schuur en paardenstal, voordat het in 1955 verplaatst werd naar een weiland in Gaxel. Na een stormschade in 2007 werd het bouwwerk gedemonteerd en in 2017 bij het boerderijencomplex in het stadspark weer opgebouwd. Het dient nu als smederij en touwmakerij.

Pilarenschuur

Boerderij Hassels-Hüsing uit Ahaus-Ammeln.

De „Muuseschoppe“ (muizenschuur) werd in de tweede helft van de 18ᵉ eeuw door de timmerman Hassels-Hüsing gebouwd. Ze diende als voorraadschuur voor haver op de 17 hectare grote hoeve. De havergarven, die meestal ongedorst tot paardenvoer werden gehakseld, moesten goed tegen vochtigheid beschermd worden, omdat de paarden ze anders niet meer wilden eten. In de droge schuur zouden ze zonder voorzorgsmaatregelen natuurlijk al gauw door de muizen zijn opgegeten. Bij de „Muizenschuur“ ligt het bodemvlak van het gebouw op negen konische pijlers uit Bentheimer zandsteen, die weer bedekt zijn met zandsteenplaten voorzien van blik. Deze constructie voorkomt het binnendringen van knaagdieren.

Schapenstal

Boerderij Enxing uit Vreden-Crosewick.

Deze stal vertegenwoordigt een inmiddels zeer zeldzaam geworden bouwstijl, die echter vroeger op boerderijen in Westmünsterland wijd verbreid was. De schaapskudde hoorde bij het normale veebestand, vooral vanwege de goedkope mest en pas in tweede instantie voor de productie van wol. De schapenstal werd rond 1825, deels uit tweedehands hout, als een tweebeukige ruimte met een tussenruimte gebouwd. Het bakstenen metselwerk, waarop vier van de vijf gebinten rusten, rust op een sokkel van zwerfstenen. Het oorspronkelijk met riet gedekte dak kreeg bij de wederopbouw in het stadspark een dakbedekking bestaande uit grijsblauwe handgebakken dakpannen.

Korenschuur

Boerderij Schulze Hessing uit Südlohn-Oeding.

De driebeukige vakwerkbouw is met baksteen uitgevuld. De naar voren staande gevels zijn met populierenhout betimmerd, gevels en houtwerk zijn met ossenbloedverf geverfd. Het gebouw lag oorspronkelijk aan een gracht (sloot). Daarom was het niet mogelijk om dwars door de schuur te rijden, zoals wel mogelijk was in gelijkvloerse korenschuren. Aan dit gebouw zit een grote deur die tegenover de boerderijgevel zit. Door deze deur werden de paarden uit de schuur geleid. De oogstwagen moest na het afladen weer achterwaarts uit de schuur geduwd worden. Het gebouw werd in het eerste kwartaal van de 19ᵉ eeuw gebouwd.

Vlasoven

Boerderij Gebing-Große Woltering uit Vreden-Crosewick.

De bakoven zonder schoorsteen uit de tweede helft van de 19ᵉ eeuw diende voor het roosteren van vlas. Dit roosteren maakte het hout, dat om de vlasvezels zit, broos. Zo werd het latere breken (braken) van de stengel onder de zogenaamde rolbraak of vlasbraak aanzienlijk vergemakkelijkt.

Bakopslagruimte

Boerderij Bäumer uit Legden.

De inscriptie boven de ingang van het één verdieping tellende gebouw luidt H.L.l.j.l. – IjF.7 N 1843 KÜ. Behalve een verwijzing naar de timmerman Küpers uit Asbeck is de betekenis van de inscriptie onbekend. In de bakopslagruimte bevinden zich naast de bakoven en de bakkerij nog een brouwruimte en een halve kelder, die oorspronkelijk als bierkelder gefungeerd zal hebben. Later werden daar waarschijnlijk de aardappelen opgeslagen. Vaak was er in soortgelijke opslagruimtes, zoals ook in de boerderij Früchting, de werkplaats van de boerderij ondergebracht.

Watermolen

Boerderij Hüning uit Vreden Ammeloe.

De molen werd in 1811, in het jaar waarin de handelsvrijheid in Pruisen werd ingevoerd, door het echtpaar Hermine Hüning-Eßling en Johann Bernhard Hüning gebouwd. De molen stond tot 1978 aan de Hüningbeek, die in het kader van de ruilverkaveling verlegd werd. Het gaat hier om de laatste watermolen in Vreden. Het anderhalve verdiepingen tellende gebouw is voorzien van een dak met een schild. Op de middelste etage liggen beide maalgangen met elk twee maalstenen van blauwbasalt uit de Eifel. De opbouw van de watermolen in het Vredense stadpark duurde twee jaar en werd uitgevoerd door de molenkring van de Heimatvereniging.

Eenvoudig woonhuis Schlütter

Pachtboerderij van boerderij Schulze Ebbing in Südlohn.

Het kleine vakwerkgebouw van het type Nederduits hallenhuis was oorspronkelijk met leem gebouwd en met riet gedekt. Hier woonden mensen en dieren samen en de vuurplaats was midden in de keuken. Talrijke verbouwingen en verbeteringen leidden tot het huidige gebouw. Nog goed te zien is de basisconstructie van een tweebeukig huis met vijf dwarsgebinten. Het gebouw kreeg muren van baksteen, een open haard in de wand met rookscherm en een scheidingswand tussen de deel en het woongedeelte. Het in 1749 gebouwde huis weird van 1912 tot aan zijn dood in 1980 bewoond door Bernhard Schlütter. Tot het huis behoorden iets meer dan 9 morgen  land. (Een morgen is meestal iets minder dan een hectare – noot van de vertaler). De bewoners hadden drie koeien, een paar varkens en wat gevogelte.